Nooit meer een medische brief schrijven?
Bijna veertig procent (!) van de Nederlandse huisartsen gebruikt inmiddels een ambient scribe; in Nederlandse ziekenhuizen is dat momenteel 21% van de specialisten. Ook interessant: bijna 70% is met spraakgestuurd rapporteren bezig (42% pilotfase, 10% implementatiefase en 17% opschaling). Van de rest zit 23% in de verkennende fase en slechts 2% doet er niets mee. In vier Nederlandse ziekenhuizen (12%) ligt het aantal gebruikers van een ambient scribe boven de 70% (AI Monitor Ziekenhuizen 2026).
Voor wie onder een steen heeft geleefd: een ambient scribe is een computerprogramma dat meeluistert met een medisch consult via een microfoon, een bestand maakt van het gesprek, het transcribeert en analyseert, en er medische verslaglegging van maakt. Als je dat de eerste keer hoort denk je heel even 'wow', en onmiddellijk daarna denk je 'hee, wacht eens even'. For real? Ja, for real.
Een opvallend druk leveranciersveld
Het Nederlandse leveranciersveld is opvallend druk voor een taalgebied van maximaal drieëntwintig miljoen mensen. Marktleider in de ziekenhuizen is Autoscriber. Daarnaast zijn actief: Juvoly, Attendi (langdurige zorg), Medendo, Noteless, Verticai, ValueCare, G2 Speech, OurMind, Delphyr, Digizorg, HealthTalk, Wellcom Health en Robin van Het Scribe Collectief. Eén umc bouwde een eigen applicatie. Daar bovenop is Microsoft Dragon Copilot sinds 2026 ook in Nederland beschikbaar. Het is duidelijk een groeimarkt in consolidatiefase waarbij de markt nog niet geconsolideerd is.
Internationaal zijn er landen waar de implementatie al een stuk verder is. In de Verenigde Staten rapporteert de AMA in haar peiling onder 1692 artsen (januari–februari 2026) dat 81% AI in de praktijk gebruikt, tegen 38% in 2023; het Doximity State of AI in Medicine-rapport, onder 3151 Amerikaanse artsen, komt specifiek voor spraakgestuurde documentatie en ambient listening op 29% in januari 2026, gestegen van 20% in april 2025. De meest indrukwekkende implementatiecijfers komen van The Permanente Medical Group in Noord-Californië: 7.260 artsen die tussen oktober 2023 en december 2024 ruim 2,5 miljoen consulten met een ambient scribe documenteerden, met bijna 16.000 bespaarde uren documentatietijd. Dat is geen pilot meer, dat is infrastructuur.
Als innovator en AI-geïnteresseerde start ik volgende week als vrijwilliger in onze organisatie om Autoscribe te gaan gebruiken. Het zal niemand verrassen dat ik buitengewoon geïnteresseerd ben in de techniek, het gebruikersgemak en vooral of het daadwerkelijk winst gaat opleveren (tijd, kwaliteit of iets anders), en voor wie dan (patiënt, dokter, organisatie?).
Maar valt er ook meer over te zeggen dan alleen 'maakt de AI een goede vertaalslag van het gesprek naar de medische documentatie' en 'is de privacy goed genoeg geregeld'?
Vrijwel alles wordt bij de dokter gemeten
Deze maand verscheen in BMJ Digital Health & AI een review van Seuren et al. van de University of Edinburgh die naast de effectiviteit van 'ambient scribes' er nog een ongemakkelijke vraag naast legt. Wat vooral opvalt is de keuze van primaire uitkomsten bij de bulk van de literatuur: tijdwinst, administratieve last, burn-out, gebruikerstevredenheid.
Vrijwel alles wat gemeten wordt, wordt bij de dokter gemeten.
De auteurs leggen daar het NASSS-raamwerk van Greenhalgh overheen — aandoening, techniek, waardepropositie, gebruikers, organisatie, bredere systeem, aanpassing over de tijd — en concluderen dat de meeste van die domeinen in de literatuur over ambient scribes niet aan bod komen. De waardepropositie van de ambient scribe is daardoor vaak al geaccepteerd voordat het wetenschappelijk onderzocht is.
Een generiek instrument in een specialisme dat beslist niet generiek is
Ambient scribes worden bij de meeste bedrijven (bv Dragon Medical) ontworpen en geëvalueerd als algemeen gereedschap: het algoritme maakt een verslag zonder te weten in welke aandoening, welk specialisme of welke setting het zit. Een cardiologisch consult gaat door hetzelfde model als een huisartsconsult, terwijl de prestaties juist sterk variëren per klinische en organisatorische context — en veel systemen draaien op Amerikaanse modellen met Amerikaanse documentatiegewoonten en verzekeringslogica erin gebakken, zonder dat iemand de trainingsdata kan inzien.
Voor mijn vak (revalidatiegeneeskunde) is dat geen theoretisch bezwaar. Een revalidatiebrief is geen verslag van een consult. Het documenteert een hulpvraag, een revalidatiediagnose, participatiegerichte behandeldoelen, stuurt een teambehandeling aan, vertaalt naar ICF-niveau wat iemand vertelde over de drempel bij zijn voordeur. Wie dat als "samenvatten wat er gezegd is" behandelt, mist mijns inziens niet een detail maar de functie van het document.
Schrijven is de goedkoopste vorm van nadenken
Het sterkste deel van de review van Seuren et al. gaat over iets wat in de tijdwinstdiscussie helemaal wegvalt. Het opstellen van een verslag is niet het omzetten van spraak in tekst. Het is klinisch redeneren, reflecteren en synthetiseren, en het schrijven zelf is de cognitieve handeling waarmee dat gebeurt. Wie dat uitbesteedt aan een systeem dat het volgende meest waarschijnlijke woord voorspelt, besteedt niet alleen het typewerk uit maar ook een deel van het denkwerk.
Daar hangt een tweede effect aan dat mij als opleider bezighoudt. De rol van de arts verschuift van auteur naar eindredacteur — precies Mollicks tweede regel, maar dan opgelegd in plaats van gekozen. Voor iemand met twintig jaar ervaring is dat een flinke verschuiving. Voor een aios in jaar twee raakt dat het leerproces: een bestaande tekst herschrijven is iets anders dan het zelf leren verwoorden van het klinisch gedachtengoed én het klinisch redeneren daarbij.
De auteurs noemen de-skilling expliciet, en er is (voorlopig anekdotisch) aanwijzing dat artsen die op AI-verslagen leunen hun patiënten minder actief herinneren. Voor mij persoonlijk wel herkenbaar.
Wat er niet in het transcript komt
Ambient scribes hebben een schriftelijke-taalbias: ze zetten gesproken taal om in tekst en verwerken het consult vervolgens als tekst. Wat daar systematisch buiten valt is precies het materiaal waar wij op varen. Non-lexicale uitingen — "hm", "uh-huh", het aarzelende "ja..." dat nee betekent. Stiltes, die ongemak, verwerking of emotie markeren en die door spraakherkenning worden weggepoetst of verkeerd geïnterpreteerd. Gebaren, gezichtsuitdrukking, houding, de manier waarop iemand zijn hand over zijn knie legt terwijl hij zegt dat de pijn wel meevalt.
Het verslag raakt daarmee ontdaan van wat de auteurs de sociale dimensie noemen: het verhaal van de patiënt, wat hij ervan vindt, wat hij ermee wil. Het "chit-chat"-gedeelte aan het begin van een consult wordt in de literatuur consequent als ruis behandeld, en is in de revalidatiegeneeskunde regelmatig onderdeel van het consult zelf of levert op zijn minst hele waardevolle informatie op.
Het consult verandert ook. Artsen gaan hardop zeggen wat ze eerder in stilte noteerden, omdat ze weten dat er meegeschreven wordt — winst misschien, maar het is bepaald niet vanzelfsprekend dat een patiënt alle bevindingen in de bewoordingen van een dossier wil horen. Andersom vertellen patiënten mogelijk minder als ze weten dat er opgenomen wordt, middelengebruik, huiselijk geweld en psychische klachten zijn voorspelbare eerste slachtoffers. De informed consent daaromheen is volgens de review "largely ad hoc". Dat is een nette formulering voor: niet formeel geregeld.
Acht vragen vóór de pilot
De praktische vertaling van de consequenties van het artikel van Seuren et al is wat mij betreft zeker niet "niet doen", maar: stel vóór de aanschaf de vragen die het onderzoek nog niet beantwoordt.
- Op welke consulten uit ónze praktijk is dit gevalideerd, en met welke uitkomstmaat? Niet hoeveel minuten het bespaart, maar hoe vaak het verslag klinisch afwijkt van wat de arts geschreven zou hebben, en hoe ernstig.
- Wat gebeurt er met het multidisciplinaire deel? Een revalidatieverslag is deels een instructie aan het team — kan het systeem dat onderscheiden van een weergave van het gesprek?
- Wie leest het na, hoe lang duurt dat, en telt die tijd mee in de businesscase? Ambient scribes produceren aantoonbaar lángere verslagen dan artsen, met bijbehorend nawerk. Én; kortere verslagen zijn gemakkelijker om door te lezen, om op te reageren. Kost de tekst van de ambient scribe meer tijd voor de collega die de zorg overneemt?
- Wat is de afspraak voor aios? Vanaf welk opleidingsjaar, voor welke brieven, en wat schrijven ze bewust zelf om het vak te leren?
- Hoe vragen we toestemming, hoe leggen we dat vast, en wat gebeurt er als de patiënt nee zegt? Er moet een werkende route zijn om het uit te zetten, niet alleen in theorie.
- Waar staan de data, welk model draait eronder, en onder welke verwerkersovereenkomst? Amerikaanse modellen, Amerikaanse trainingsdata, Europese patiënt.
- Wat meten we ná invoering, en hoe vaak? Op welke manier vinden updates plaats? Wat is onze rol daarbij? Prestatiedrift is reëel: het model onder de motorkap kan worden vervangen zonder dat wij dat merken.
- Wat is de exit? Als het over een jaar niet blijkt te werken, hoe komen we er dan uit — en welke vaardigheid moeten we dan opnieuw opbouwen?
Wat het videoconsult ons hierover al vertelde
De auteurs trekken zelf de vergelijking met het videoconsult, en dat is geen willekeurige parallel: Seuren deed eerder gespreksanalytisch onderzoek naar videoconsulten. In 2020 werd dat onthaald als algemeen inzetbaar alternatief voor het fysieke consult, met een waardepropositie die net zo min ter discussie stond. Wat volgde is bekend: de waarde bleek sterk per context te verschillen, de multimodale complexiteit van een gesprek liet zich niet comprimeren, en nu, een paar jaar later is het videoconsult niet een vervanging voor fysieke consulten maar heeft het een eigen plek in de behandeling met een eigen consultvorm, eigen mogelijkheden en beperkingen.
Diezelfde beweging staat de ambient scribe waarschijnlijk te wachten, en ik zie geen reden om daar een paar jaar op te wachten. Zoals bij de CAT-discussie in onze opleidingsgroep: een verbod op een specifieke tool is over een jaar achterhaald, een eis over navolgbaarheid en verantwoordelijkheid blijft staan als het gereedschap eronder wisselt.
Al met al is de kernvraag niet of dit werkt, maar wat het verslag moest doen voordat wij het gingen automatiseren. Is dat "een registratie van gesproken woorden", dan is dit uitstekend gereedschap. Is het verslag onderdeel van het denken, van het team en van de relatie met de patiënt, dan moeten we dat meenemen in de evaluatie en dat ook mee-meten.
Bronnen
- Seuren LM, Williams R, Cresswell K. Beyond productivity: a NASSS-informed review of implementation risks and research priorities for ambient AI scribes in healthcare. BMJ Digit Health AI 2026;2:e000091. doi:10.1136/bmjdh-2026-000091 (open access, CC BY-NC).
- AI Monitor Ziekenhuizen 2026 — M&I/Partners (pdf)
- Nivel Huisartsenpraktijkenenquête 2025
- Platform AI in de Zorg — leveranciersoverzicht
- van Buchem et al., JMIR AI 2024 — DOI 10.2196/60020 (via PubMed)
- van Buchem et al., NPJ Digit Med 2021 — DOI 10.1038/s41746-021-00432-5 (via PubMed)
- Blease et al., BMJ Health Care Inform 2026 — DOI 10.1136/bmjhci-2025-101847 (via PubMed)
- Tierney et al., NEJM Catalyst 2025 — DOI 10.1056/CAT.25.0040 / KP Division of Research
- AMA-survey 2026 (ASCO Post)
- Doximity 2026 State of AI in Medicine
- The Medical Republic — hoeveel GP's gebruiken AI-scribes
- NHS England — guidance ambient scribing products
- Microsoft Cloud Blog — Dragon Copilot HIMSS 2026
- ICT Magazine — Microsoft steunt Autoscriber