Erik de Klerk

ChatGPT, Claude of Gemini — en moet ik ervoor betalen?

Aan het eind van elke workshop komt dezelfde vraag, en het is zelden de vraag waar de workshop over ging. Niet hoe je een prompt opbouwt of hoe je een antwoord aan een bron verankert, maar: welke moet ik nou nemen? En daar meteen achteraan: moet ik daarvoor betalen? De vrager heeft dan meestal al twee accounts, allebei gratis, allebei half gebruikt, met het idee dat die dingen ongeveer hetzelfde doen en dat er vast één de beste van is.

Er is er niet één de beste, en ze doen ook niet hetzelfde. Wat hieronder staat is mijn beeld van eind augustus 2026 — bij dit onderwerp geldt harder dan waar dan ook dat een oordeel een datum heeft. De bedragen zijn wat een Nederlandse gebruiker nu in beeld krijgt; ze worden per account gelokaliseerd en regelmatig herzien.

Waar het verschil tussen gratis en betaald tegenwoordig zit

Een paar jaar geleden kocht je met een abonnement een beter model. Dat is grotendeels voorbij: de gratis versies van de drie grote aanbieders draaien inmiddels op modellen die voor het overgrote deel van het dagelijkse werk ruim voldoen — samenvatten, herschrijven, uitleggen, overhoren, een concept opzetten, een tekst naar B1 brengen.

Wat je koopt is doorwerken: meer berichten voordat de teller op is, langere documenten in één keer, geheugen dat blijft staan tussen sessies, verbindingen naar je eigen bestanden en agenda, en de zware onderzoeksmodus die een kwartier doorzoekt in plaats van dertig seconden. De gratis versie faalt zelden op kwaliteit; hij houdt ermee op. Meestal precies op het moment dat je ergens middenin zit.

ChatGPT — de breedste, en de meest verwarrende

De GPT-5.6-familie komt in drie zwaartes (Luna, Terra, Sol); gratis krijg je de lichtste, met Plus krijg je toegang tot Sol, met Pro tot de zwaarste stand daarvan. Sterk punt is de breedte: spraak, beeld, eigen GPT's, geplande taken, een agent die zelfstandig een klus afmaakt, en het praktische voordeel dat vrijwel iedereen in je omgeving er ook zit — prompts en werkwijzen zijn zonder vertaalslag deelbaar. Op medische feitelijkheid is er deze zomer flink wat verbeterd.

Zwak punt is het menu: je moet weten in welk model je zit, want dat bepaalt wat je krijgt, en dat is voor een beginnende gebruiker (mijns inziens onnodig) ondoorzichtig. Het gratis contextvenster is ook klein: een lange richtlijn past er in zijn geheel niet in, en daar krijg je geen waarschuwing over — het model werkt door met wat het wél zag. Prijzen: Go rond de €8, Plus rond de €23, Pro €103 of €229 per maand.

Claude — lange documenten en zelf iets bouwen

Hier zit het bruikbaarste lange geheugen van het stel. Het venster is in de chat-app 200.000 tokens (het miljoen waarover je leest geldt voor de API en voor Claude Code), goed voor een complete richtlijn plus een handvol artikelen in één gesprek — en, belangrijker dan de omvang, het werk blijft over die hele lengte op peil. Voor wie schrijft is de tweede reden interessanter: Claude laat zich met een stijlprofiel op je eigen toon zetten en houdt die vast over een lang stuk. En het is het enige van de drie waarmee ik zonder programmeerkennis werkende dingen heb gebouwd — de financieringswijzer, deze site, de redactieomgeving waarin dit stuk ontstaat.

Daar staat tegenover dat de consumentenkant magerder is: geen beeld- of videogeneratie, minder extra's, en gebruikslimieten die per venster van vijf uur lopen — juist bij lange documenten tik je die op het Pro-abonnement wel eens aan. Prijzen: Pro rond de €22 per maand (ongeveer €18 bij jaarbetaling), Max vanaf ongeveer €109.

Gemini — dicht bij waar je documenten al staan

Het sterkste argument is de plek: Gemini zit in Gmail, Docs en Drive, waar je toch al werkt. Wel is de gratis toegang tot het topmodel krap gerantsoeneerd — dat is bij Google de eigenlijke reden om te betalen. Voor de opleiding is Gemini Notebook (het vroegere NotebookLM) het aardigste onderdeel: zet er een set richtlijnen, een proefschrift of de literatuur voor een refereeravond in, en je krijgt een kennisbank die alleen uit díe bronnen put — inclusief een audio-overzicht dat je in de auto luistert. Google AI Pro kost €21,99 met 5 TB opslag erbij; wie thuis al voor Google One betaalt, maakt dus een andere rekensom. Er is ook een tussenabonnement van €4,99.

Zwak punt is de belofte van het miljoen tokens: het venster is groot, maar zodra een vraag meerdere feiten uit een lang document moet combineren zakt de accuratesse over die volle lengte fors weg — in stukken werken blijft verstandig. En let op het accounttype, want een privé-Google-account valt onder een heel ander regime dan het Workspace-account van je organisatie.

DeepSeek — technisch knap, praktisch geen optie

Gratis, met open gewichten en een API die grofweg een orde van grootte goedkoper is dan de rest. Technisch serieus werk, en voor het vakgebied op termijn relevant: open gewichten zijn de enige route naar een model dat binnen de muren van een instelling draait.

Voor je dagelijkse werk valt hij wat mij betreft af. Het is in de praktijk alleen tekst (beeldinvoer is er pas net, experimenteel en via de API, dus een figuur uit een artikel gaat er niet in), het hallucineert in tests fors meer dan de rest, en de gegevens gaan naar servers in China. De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwde er begin 2025 voor, het Rijk verbood het zijn ambtenaren, en de Italiaanse toezichthouder legde een verwerkingsbeperking op.

De grens die niet van je abonnement afhangt

Belangrijker dan de keuze: geen van deze consumentenabonnementen komt met een verwerkersovereenkomst. Wat in de gratis versie niet mag, mag in de betaalde versie ook niet — €229 per maand verandert daar niets aan.

Bij ChatGPT en Gemini staat het gebruik van je gesprekken voor training standaard aan (uit te zetten, maar alleen voor nieuwe gesprekken), en bij Google wordt een deel van de gesprekken door mensen beoordeeld en tot drie jaar bewaard. Claude vraagt het expliciet en bewaart bij toestemming vijf jaar, zonder toestemming dertig dagen. Ook met alles uit kan een gesprek dat op veiligheid gemarkeerd wordt alsnog worden bekeken. De AP beschreef in 2024 het geval van een medewerker van een huisartsenpraktijk die patiëntgegevens in een chatbot plakte: dat is een datalek. De Federatie Medisch Specialisten is sinds december 2024 duidelijk — geen externe, commerciële chatbots in de directe patiëntenzorg, alleen wat je eigen organisatie aanbiedt.

Patiëntgegevens gaan er dus niet in, ook niet "geanonimiseerd", en casuïstiek maak je bewust niet-patiëntgebonden. Dat is geen productkeuze maar een werkafspraak.

De weggever: doe de ijktest, één uur

Vergelijkingen lezen (ook deze) helpt maar tot op zekere hoogte, want de vraag is niet welk model het beste is, maar welk model het beste is in jóuw werk. Neem drie echte taken uit je eigen week — een artikel dat je toch moest lezen, een tekst die je toch moest schrijven, een onderwijsmoment dat je toch moest voorbereiden — en laat ze door de gratis versies van alle drie doen: zelfde prompt, zelfde bron, drie tabbladen.

Plak & vul in:

Rol: Je bent [expert/rol met het juiste kennisniveau].
Taak: [één sturend werkwoord + wat precies], uitsluitend op basis van de bijgevoegde bron.
Context: Ik ben [functie/specialisme]. Bedoeld voor [doelgroep, setting, niveau]. Wat ik al weet: [...]. Wat ik wil vermijden: [...].
Format: [lengte, structuur, toon]. Zet bij elke bewering waar in de bron die staat. Markeer expliciet wat er níét in de bron staat en waar je onzeker bent. Geen patiëntgegevens.

Scoor daarna op vier dingen, en niet op de indruk die het antwoord maakt:

  1. Bleef het bij mijn bron, of ging het aanvullen uit zichzelf?
  2. Markeerde het zijn onzekerheid, of was alles even stellig?
  3. Hoeveel moet ik herschrijven voordat het klinkt alsof ik het zelf schreef?
  4. Waar liep het vast — welk gratis abonnement hield op voordat de klus af was?

Vraag 4 is de eigenlijke koopvraag. Loopt geen van de drie vast, dan heb je voorlopig geen abonnement nodig. Loopt er één vast op het werk dat je het vaakst doet, dan weet je meteen welke je moet nemen.

Mijn eigen antwoord, voor de volledigheid: ik betaal voor twee. Dat is te verdedigen als je er dagelijks in werkt en waarschijnlijk onzin voor wie er twee keer per week een tekst doorheen haalt. Wat het nou echt kost per jaar, in geld en in uren, is een rekensom die ik binnenkort eens netjes op papier zet.