Erik de Klerk

Meer ruimte dan je denkt: wat de Federatie Medisch Specialisten zegt over AI

"Wat mag er eigenlijk?" Het is de vraag die ik het vaakst hoor zodra het over AI gaat, naast de vraag waarom de AI zo'n wisselende antwoorden geeft (hint; RCTF). Wie de stukken van de Federatie Medisch Specialisten leest vindt geen verbodslijst. Wel een vrij helder kader, met één harde grens en daarbuiten best wel wat ruimte om te gaan experimenteren.

Eén harde grens

De Federatie richtte in 2023 een commissie AI op, en die heeft inmiddels een handvol documenten opgeleverd die samen het kader vormen: een handreiking voor het gebruik van AI-chatbots door zorgverleners (eind 2024), tips over AI en aansprakelijkheid, een competentieset voor AI-geletterdheid van aios en specialisten (januari 2026) en een digitale agenda richting 2035. 

Wat mij betreft is de handreiking het meest praktische stuk, juist omdat hij een onderscheid maakt dat in de dagelijkse discussie vaak ontbreekt. Het maakt expliciet onderscheid tussen de publiek toegankelijke varianten zoals ChatGPT, Claude en Gemini, en interne chatbots die het ziekenhuis zelf aanbiedt in een eigen beveiligde omgeving zoals Copilot. De stukken zijn geschreven met het ziekenhuis voor ogen. Mijns inziens geldt de redenering net zo goed voor andere zorginstellingen, inclusief revalidatiecentra.

De harde grens ligt bij externe chatbots in de directe patiëntenzorg. Geen patiëntgegevens, ook niet geanonimiseerd en geen klinische beslisondersteuning met een tool die daar niet voor gevalideerd is en niet aan de MDR voldoet.

Dat is helder, en mijns inziens terecht. Maar gelukkig stopt de handreiking daar met verbieden.

Wat je als specialist wél kunt

Buiten de directe patiëntenzorg mag een externe chatbot volgens de handreiking gewoon gebruikt worden, mits zorgvuldig: geen persoonsgegevens of vertrouwelijke bedrijfsinformatie invoeren, de instelling uitzetten waarmee je input voor training wordt gebruikt, de output zelf controleren en het beleid van je eigen ziekenhuis volgen. 

Als voorbeeld noemt de commissie het vertalen van een patiëntenfolder. Maar er zijn natuurlijk heel veel meer mogelijke toepassingen. Een onderwijsprogramma voor aios opzetten, casuïstiek voor een toets construeren (bewust niet-patiëntgebonden, vanzelfsprekend), een beleidsnotitie structureren (let wel even op dat je geen bedrijfsgevoelige informatie upload), een lastig methodologisch artikel doorgronden, een presentatie opbouwen, een concept mail schrijven. En niet te vergeten ambient scribes inzetten natuurlijk. 

Interessant is wat de handreiking zegt over medische informatie. Een gewone chatbot als medische bron wordt ontraden, maar taalmodellen die werken vanuit een betrouwbare database met medische domeinkennis (retrieval augmented generation, RAG) lenen zich volgens de commissie juist goed voor het opzoeken van medische informatie. Dat is een wezenlijk verschil, en het opent de deur naar de evidence-tools die nu in rap tempo volwassen worden.

Dan de aansprakelijkheid, het onderwerp waar veel terughoudendheid vandaan komt. De Federatie wijst erop dat de bestaande kaders gewoon van toepassing zijn: goed hulpverlenerschap uit de WGBO, de maatstaf van de redelijk bekwame beroepsbeoefenaar uit de Wet BIG. Nieuw is dat niet. Wel opvallend is de kanttekening dat het wel óf niet gebruiken van AI onder die maatstaf kan vallen. Op dit moment is dat vooral een signaal voor de langere termijn maar het is een interessant signaal: naarmate toepassingen gangbaarder worden, kan ook de vraag opkomen waarom je er géén gebruik van maakte. De praktische lessen die de commissie meegeeft zijn eenvoudig: blijf zelf eindverantwoordelijk, leg vast hoe je AI hebt ingezet (in het dossier, niet in een schaduwdossier ernaast), gebruik een systeem alleen waarvoor het bedoeld is en verdiep je in hoe het werkt.

De rol van de organisatie waarbinnen je werkt

Het onderscheid tussen extern en intern verschuift de vraag 'mag het?' grotendeels naar het ziekenhuis als organisatie. Een interne chatbot kan volgens de handreiking verantwoord worden gebruikt, binnen én buiten de directe patiëntenzorg, mits het ziekenhuis de randvoorwaarden regelt: verwerking volgens de AVG, geen ongecontroleerde hertraining op wat gebruikers invoeren, en per toepassing duidelijke gebruiksvoorwaarden. Die voorwaarden moeten minimaal vier vragen beantwoorden.

  1. Wat is het beoogd gebruik?
  2. Mogen er gepseudonimiseerde patiëntgegevens in?
  3. Mogen er persoonsgegevens in, en dus ook identificerende patiëntgegevens?
  4. Mag de tool worden ingezet voor klinische beslisondersteuning?

Concreet betekent de handreiking dus dat de ruimte die je als medisch specialist hebt voor een groot deel bepaald wordt door wat je ziekenhuis inricht. Een belangrijke start is dus te inventariseren wat jouw instelling wel en (nog) niet heeft geregeld. En of de instelling uit een behoudende reflex heeft gezegd dat er heel veel niet mag, of juist ruimte heeft geboden om te mogen experimenteren met AI en daarmee een open houding naar de toekomst heeft gecreeerd. 

De digitale agenda 2035 sluit daarop aan en is voor een visiedocument opvallend concreet. Onderwerpen als het inzetten van AI voor administratieve lastenverlichting, zoals spraak-naar-tekst en ordervoorbereiding, bij voorkeur ziekenhuisbreed wordt expliciet benoemd. Ook punten als het benoemen van een aanspreekpunt voor AI binnen de vakgroep, het oprichten van een lokale AI-commissie die mag adviseren over welke toepassingen er komen en hoe ze worden ingevoerd en geëvalueerd worden genoemd. 

Mijn advies: zet je in voor een open houding van de instelling naar het gebruik van AI in de organisatie, desnoods door een kleiner groepje 'early adopters', start praktijkprojecten en deel vooral ook wat níét werkte. En, voor bestuurders misschien de belangrijkste: behandel het verlagen van administratieve last als verantwoordelijkheid van de hele organisatie, niet als iets wat de individuele dokter zelf moet oplossen.

Plak & vul in: concept-gebruiksvoorwaarden voor één AI-toepassing

Voor wie in de eigen vakgroep of het eigen ziekenhuis wil beginnen: onderstaande prompt zet de vier vragen uit de handreiking om in een eerste concept. Gebruik hem in een omgeving die je ziekenhuis heeft goedgekeurd; en gebruik NOOIT patientengegevens in AI die niet intern goedgekeurd is.

Je bent adviseur informatiebeleid in een Nederlandse zorginstelling. Stel een concept op van gebruiksvoorwaarden voor één AI-toepassing, in lijn met de Handreiking gebruik AI-chatbots door zorgverleners van de Federatie Medisch Specialisten (2024).

Toepassing: [naam en korte omschrijving]
Aangeboden als: [interne toepassing in eigen beveiligde omgeving / publiek toegankelijke dienst]
Gebruikers: [bv. medisch specialisten en aios van vakgroep X]
Beoogde taken: [bv. samenvatten van richtlijnen, opstellen van onderwijsmateriaal, conceptbrieven]
Taken die expliciet níét mogen: [invullen of "nog te bepalen"]

Werk de volgende vier punten uit, elk met een duidelijk ja/nee en een korte toelichting:
1. Beoogd gebruik
2. Gebruik met gepseudonimiseerde patiëntgegevens
3. Gebruik met persoonsgegevens, inclusief identificerende patiëntgegevens
4. Gebruik voor klinische beslisondersteuning (geef aan of de toepassing dan mogelijk onder de MDR valt)

Voeg daarna toe: wie verantwoordelijk is voor de controle van de output, hoe het gebruik wordt vastgelegd zonder schaduwdossier buiten het EPD, en welke scholing van gebruikers wordt verwacht. Markeer elk punt dat afstemming vraagt met [AFSTEMMEN MET FG/JURIST]. Schrijf beknopt en in gewoon Nederlands, maximaal één A4.

Wat eruit komt is een concept, geen besluit. Het antwoord hoort getoetst te worden met de functionaris gegevensbescherming, de CMIO of de AI-commissie. Maar met een dergelijk conceptdocument kom je een stuk beter voorbereid aan tafel. 

Van 'mag het' naar 'hoe goed'

De Europese AI-verordening vraagt sinds februari 2025 een basisniveau van AI-geletterdheid van iedereen die beroepsmatig met AI-systemen werkt, en de Federatie schrijft in haar agenda dat AI-competenties in 2035 integraal deel uitmaken van de professionele standaard van elke medisch specialist. De competentieset die daarvoor de basis vormt, ligt er al en zou inmiddels zijn  uitgewerkt in modules op de digitale leeromgeving van de Federatie (hoewel ik die zelf nog niet heb kunnen vinden). 

Voor ons als opleiders ligt er een concrete opdracht: aios leren hoe ze binnen deze kaders goed werk leveren, met dezelfde vanzelfsprekendheid waarmee we ze leren een richtlijn kritisch te lezen. Wie daar nu mee begint, hoeft in 2035 weinig in te halen.

Bronnen